Rituelen

Zoals in het vorige stukje (en een stukje daarvoor) al werd vermeld is mijn Tante Tineke dood. Vandaar dat wij gisteren met de hele familie bijeen zijn geweest in diverse gelegenheden om haar een groots afscheid te verzorgen. En juist daar begint het bij mij te wringen en te knagen. Want ik weet niet zo goed hoe daarmee om  te gaan.

Om te beginnen eerst nog even het dorp in om een overhemd te scoren, want al jaren geen pak meer gedragen (getuige de stoflaag op de schouders). Snel de kids hun schoenen nog even poetsen. Dan, ruim anderhalf uur in het voertuig plaatsnemen, want natuurlijk weer niet naast de deur. Maar dat heb ik er graag voor over. Vreemd, dat wanneer je naar een dergelijke bijeenkomst gaat je toch nog even de puntjes op de i zet. Is het uit respect voor tante Tineke of is het om te pronken met m’n kids tegenover de familie die ik normaal gesproken nooit of zeer sporadisch zie? Wie het weet mag het zeggen. Ikzelf ben meer de laatste stelling aangedaan, want tante Tineke vond mijn jongens toch wel geweldig.

Maar goed, aangekomen in het rouwcentrum, zoeken naar de ingang, want 3 deuren waarvan er slechts 1 voor publiek was opengesteld. Bij binnenkomst het obligate condoleance register. Voor wie is dat dan? Is het voor Ome Dick, zodat ie kan lezen wie er allemaal zijn geweest? Zal hem toch een rotzorg zijn? Hij is namelijk net zijn partner kwijt. Een vast gegeven in zijn leven, waar hij zevenenvijftig jaar op kon rekenen is er niet meer. Dan ga je toch niet afturven wie wel en wie niet is geweest? Ik gok dat het voor het rouwbezoek is, een soort van graffiti waarmee mensen kunnen aantonen “I Was Here”.

Met een snelle blik even de aanwezigen gescanned. Natuurlijk mijn ouders, broer en zus (met aanhang) al snel geïdentificeerd. Maar de rest…. Ome Dick natuurlijk, Neef Robbie ook maar dan beginnen de moeilijkheden. Neef Hans bijvoorbeeld, toch de oudste zoon van Tante Tineke herken ik pas na drie keer goed rond te hebben gekeken. De vrouwen en de kinderen van Hans en Rob zijn er ook, maar pas na een tijdje is mij duidelijk wie dat dan zijn. Tante Corry en Ome Andries heb ik al sinds mijn 12e niet meer gezien. Eerst maar even naar Ome Dick, een stevige hand, een opmerking over de aanwezigen, dat ik de meeste niet herken. “Ach”, zegt Ome Dick, “het is allemaal familie.” Mijn antwoord was kort, “Dan is het zeker gratis?” (had ik al gezegd dat ik me op zulke bijeenkomsten geen houding weet te geven?).

Na de identificatie volgt het handen schudden, en dan wel van de direct herkenbaren, want de rest? Ken ik niet, wil ik misschien ook wel niet kennen maar geheel tegen mijn natuur in wil ik een beetje op de achtergrond blijven (moeilijk met mijn postuur hoor). Een snelle aai voor mijn moeder, die duidelijk heel verdrietig is. Daarna even naar de kist (ja, open). Daar liggen de stoffelijke resten van Tante Tineke. Het lijf, mooi aangekleed, netjes opgemaakt maar het ontbreekt aan Tante Tineke. Raar, je ziet dat het haar was, maar je ziet ook duidelijk dat ze het niet is. Tante Tineke had een doorleefd gelaat, met karakter. Wat hier ligt mist die uitstraling, die ondeugende oogopslag en die twinkeling. Ook de foto naast de kist doet mijn herinnering aan mijn Tante Tineke geen recht. Tante Tineke was niet 2 dimensionaal, Tante Tineke was. De kids staan voor het eerst naast een open kist. Duidelijk een beetje onder de indruk, want zoiets hadden ze nog nooit gezien. Het is Tante Tineke wel en ook weer niet, heel vreemd. Uiteindelijk zijn de beide jongeheren toch dezelfde mening toegedaan als pa, hoewel het ze wel fascineert.

Nog even blijven hangen in het rouwcentrum, in afwachting van de aftocht naar het crematorium. Zijdelings de jongens in de gaten houden want die blijven maar om de kist heen cirkelen, maar toch in gesprek met mijn broertje en mijn Neef Robbie. Beiden zijn vrolijke snuiters, die wel een grapje weten te waarderen. (neef Robbie: “straks stapt ze uit die kist, hehe, 1 April”). Niet eens stiekem wordt er gelachen, terwijl er een tafeltje verderop nog wordt gehuild.

Het verzamelen van de stoet auto’s neemt een aanvang.  Door een prachtig dorp volgen wij de auto met Tante Tineke. Aangekomen op de parkeerplaats, alwaar wij door de vrijwillige parkeerwacht naar een open plek worden gedirigeerd, pakeren, uitstijgen en de kinderen even vermanend toespreken. Binnen blijkt het een typisch jaren 70 stemmig interieur te zijn. Houten plafond en witte bakstenen. Tijdens het verzamelen (want je mag alleen in slagvolgorde naar binnen) word er nog stilletjes (besmuikt) geginnegapt, maar je voelt dat het hier serieuzer is.

De Dienst, bewust met hoofdletters. Het binnengaan in de zaal waarbij je een zware zwarte deken over de aanwezigen voelt neerdalen. De gekozen muziek die plechtig is, dezelfde als bij Oma. Het zoeken naar een plekje (waarbij de roedelorde van belang is want  je wordt in afnemende mate van familiare belangrijkheid gezeteld). Nu ook pas dringt het echt door. Hier sluit een tijdperk zich af. Want hoewel ik nooit veel contact had met Tante Tineke wist ik dat zij op de achtergrond wel degelijk aanwezig was. Dat is nu niet meer. Langzaam voel ik onder invloed van die gedachte en natuurlijk die rottige muziek de eerste traan over mijn gezicht rollen. Nu blijkt ook wie die leuke jonge meiden waren die ik al eerder had gezien. Dat zijn mijn achternichtjes. Wat een durf en een pit zit er in die meiden. Daar is hun Oma vast bijzonder trots op. Gelukkig voor mij zitten mijn kids binnen handbereik en al snel grijpen hun kleine handjes mij vast, want als papa huilt moet het wel heel erg zijn. Tranen wegvegend in de rij naar de, nu gesloten, kist voor een laatste afscheid. Ik weet niet zo zeker wie nu wie geruststelt terwijl ik met Mathijs stevig vastgeklemd doorschuifel. God zij gedankt, dit hebben we achter de rug. Nicotine is toch een krachtige vriend in dit soort situaties.

Een hele stoet verzameld zich weer voor de tocht naar een restaurant, alwaar we gefêteerd worden op koffie en luxe broodjes. En daar het grote verschil, luidere conversatie en harder gelach. Van iedereen. Ik weet zeker dat Tante Tineke (die ook wel van een feestje hield) het vanaf haar wolk heeft bekeken en heeft goedgekeurd.

Eén reactie

  1. En toch, hoewel je je geen houding weet te geven tijdens het gebeuren zelf, heb je het prachtig verwoord. Naast mijn bed heeft die hele tijd een kaars gebrand, zodat ik er een beetje bij was. Ik heb veel aan jullie gedacht. Aan die natte ogen en zakdoeken en me afgevraagd of er wel op je gelet werd. Of er wel genoeg liefde was om iedereen te troosten. Gelukkig blijkt uit de verslagen dat het een heel warm en liefdevol afscheid is geweest. Waarbij ook iedereen (op onze zeer typische manier, dat wel) een soort van afsluiting van haar leven heeft beleefd. Ik hou van je.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *